Vragen uit het webinar

Tijdens het webinar op wereld netelroosdag 2018 zijn er live vragen beantwoord. Enkele vragen konden niet meer in de uitzending worden behandeld. Deze zijn onderstaand alsnog door dermatoloog Martijn van Doorn beantwoord.

Vraag 1, van Rachelle:
Wat is beter, continu dezelfde dosering prednison en anti-histamine gebruiken, of bovenop de standaard dosering dagelijks extra anti-histamine, 2-3 keer per week extra prednison en dan nog regelmatig injecties dexametason en tavigil? Ik ben erg benieuwd.

Antwoord: 
Bij de behandeling van CSU wordt in principe een continue dosering van een al dan niet opgehoogde dosering van tweede generatie (minimaal sederende) antihistaminica geadviseerd. Dit betekent dus dagelijks 1 tot maximaal 4 tabletten van een modern antihistaminicum. Indien de klachten hiermee onvoldoende onder controle zijn kan een korte stootkuur met prednison tabletten (b.v. 30 mg 5-7 dagen) worden voorgeschreven. Als de klachten na de stootkuur bij opgehoogde dosering van de anthistaminica snel terugkomen is een behandeling met omalizumab te overwegen. Langdurige behandeling met prednison of dexamathason wordt ivm de mogelijke bijwerkingen niet aangeraden. Ook tavegil (sederend anthistaminicum; kan dus slaperigheid veroorzaken) wordt niet aangeraden bij de behandeling van CSU.

Vraag 2, van Tess:​​​​​​​​​​​​​​
Onze dochter van 9 is pas gediagnosticeerd met Solaris Urticaria voor zichtbaar licht. Wat zijn de niet medicinale mogelijkheden die we kunnen proberen om het voor haar beter te maken? En is het ook bekend hoeveel mensen (kinderen) deze diagnose hebben wereldwijd? Hoe groot is de kans dat ze spontaan in remissie gaat of is daar niets over bekend?

Antwoord:​​​​​​​
De niet medicinale mogelijkheden bij de behandeling van solaire urticaria bestaan uit een gewenningskuur met licht en goede zonbescherming. Medicinale behandeling bestaat voornamelijk uit anti-histaminica. Deze zeer zeldzame diagnose wordt meestal op jong-volwassen leeftijd gesteld en soms al bij kinderen. Het is niet bekend hoeveel mensen wereldwijd deze diagnose hebben. Het betreft ongeveer 5% van de lichtgevoelige huidaandoeningen in totaal. De kans op remissie is volgens de laatste literatuur het grootst bij patiënten met een overgevoeligheid voor zichtbaar licht. Hoe groot deze kans precies is, is moelijk te zeggen.